Glas-in-lood-ramen

Ook de ramen zijn in het verleden grondig gerenoveerd. Het is daarom de moeite waard om een beetje stil te staan bij de drie glas-in-lood-ramen in het koor, die het interieur van de kerk, een sfeervol gevoel van veiligheid dat elke bezoeker maakt te geven.

                                            

Vóór de restauratie van 1904 waren diverse ramen in het koor dicht-gemetseld. Deze heeft men toen weer teruggebracht in de oude toestand en voorzien van glas zoals dat nu in de overige ramen aanwezig is.  

De restauratie werd van kerkelijke zijde geleid door de president-kerkvoogd Carl Marie baron Brantsen van Wielbergen. Hij was de grote animator van deze restauratie en heeft zelfs aan de gemeente voorgesteld om de toren, die aan de burgerlijke gemeente toebehoort, over te nemen en deze tegelijk met de kerk mee te laten restaureren. Maar de burgerlijke overheid wilde daarvan niets weten en het heeft tot 1930 geduurd voordat zij tot restauratie van de toren kon overgaan. Baron Brantsen, geboren 30 oktober 1834 te Arnhem, is overleden op 14 januari 1909 te Rheden. 

Zijn weduwe, douairière Jacqueline Sophie gravin van Limburg Stirum, heeft toen de gedachte verwezenlijkt om een raam te schenken dat de herinnering levendig moest houden aan de nagedachtenis van haar man. Het raam dat werd geschonken is onthuld op 14 januari 1914, vijfjaar na diens overlijden. Dit raam (in het midden) is het oudste van de drie glas-in-lood ramen. Het ontwerp zou uit het atelier van de firma Derix te Gogh (D) komen, doch vervaardigd zijn in het atelier van Frans Nicolas te Roermond.                            


Verschillende elementen wijzen naar dit atelier, zoals het kader, dat overeenkomt met het nummer 802 zoals dat door deze werkplaats werd toegepast. Daarop wijst ook de kop van het venster, die typisch Frans Nicolas is. Wat opvalt bij dit raam is het 'schaakpatroon' in blauw. 


De combinatie van de afbeeldingen en dit blauwe patroon is hem, Nicolas, echter vreemd. Verondersteld wordt nu dat de glazenier/tekenaar Maassen, die in dienst was bij Frans Nicolas, de ramen heeft getekend. Maar deze tekenaar kwam van het atelier Derix, waar hij zijn leerschool heeft gehad en waarmee tevens de stijl van het raam is verklaard. Er is nog een logische gedachte om te zeggen dat dit raam uit het atelier van Nicolas komt. Zoals reeds is gezegd was de uitvoerende architect, Jos Cuypers, zoon van Pierre Cuypers. Er was tussen vader en zoon Cuypers een zeer innige samenwerking. Frans Nicolas werkte voor De grote Cuypers en het ligt voor de hand te veronderstellen dat daardoor een verbinding tot stand is gekomen tussen de opdrachtgever en het atelier van Nicolas.  

De tekst van het raam luidt als volgt:

"Hoe Jezus de scharen twee schone parabelen verklaart de eene van de Maagden ende de ander van den Knegten Ende hoe het uyterste oordeel zal in zijn werk gaan. Mthu".

Verder is nog te lezen:                                 .

"Sijn Heere segde.t.hern. Welaan goede ende getrouwe knegt wart gij over weijnig goets getrouw hebt geweest zo zal ik u over veel stell gaat binnen in e blijdschap U es Heern".  

De teksten zijn te vinden in Matt.25: 1 t/m 30. In de verzen 1 t/m 13 wordt gesproken over de wijze en dwaze maagden en in de verzen 14 t/m 30 over de gelijkenis der talenten. 

De tekenaar/glazenier heeft met de tekst moeten worstelen, gelet op de weinig beschikbare ruimte. Vervolgens ziet men aan wie dit raam is gewijd:

"Ter nagedachtenis aan Carel Marie Baron Brantsen van Wielbergen".

De wapens die er onder staan zijn: links, het wapen van Brantsen en rechts, dat van Van Limburg Stirum.  

De twee ramen in respectievelijk de n-o- en z-o-muur van het koor zijn bijzonder fraai en hoog van kwaliteit. 

De ramen zijn afkomstig uit het atelier van Stalins te Antwerpen (B.). Van dit atelier zijn maar weinig ramen bekend, die in ons land zijn geplaatst. Tot op heden is bekend dat naast de twee ramen in Rheden, ook ramen aanwezig zijn te Breda in de Begijnhofkapel aldaar. De oorspronkelijke naam van het atelier luidde: Stalins-Janssens. Deze firma was gevestigd op het adres Lombardenvest 38 te Antwerpen.

De glazenier A.J. Stalins zelf woonde in de Justitiestraat 53 aldaar. Maar na 1905 is de firma niet meer onder de dubbele naam terug te vinden. Mogelijk werd zij voortgezet door Stalins en zoon en was toen gevestigd op De Damhouderstraat 16 te Antwerpen. De firma Stalins-Janssens had bij de glas-in-lood kenners een goede naam. In 1943 wordt in een standaardwerk over de glasschilderkunst in België geschreven:                 .

"...Onder de zeer zeldzame meesterwerken …onderscheidt zich de serie glasramen getekend door Pieter van der Ouwera en geschilderd door Stalins en Janssens in de Onze-Lieve-Vrouwekapel van de kathedraal van Antwerpen.”

Wanneer men de ramen bekijkt, valt op dat de omkadering symmetrisch is. Verder zijn er neogotische elementen te zien en toch is het totaalbeeld 'klassiek', d.w.z. de ramen doen renaissanceachtig aan.

                  

De blanke invulling van de raampartij, bovenin, is een kenmerk van de laat-renaissance. Ook de taferelen zijn klassiek De loodlijn in het raam is ondergeschikt aan de voorstelling en de kleuren. Wat wel opvalt is, dat er veel kleuren gebruikt worden, maar er is ook niet één overheersende kleur. Integendeel, een zeer rijk palet filtert het licht van buiten. De ramen zijn ietwat italianiserend', wat betekent dat ook naar de schilderkunst uit de renaissancetijd is gekeken. Het raam in de n-o-muur met de klassieke indeling met gordijnen op de achtergrond, de opstelling van de tafel, de scène vóór de tafel, de plaats van de herbergier op de achtergrond, verwijst naar de traditionele opvattingen van de 16e en het begin van de 17e eeuw in Italië. Ramen te voorzien van de wapens van de schenkers of betrekking hebbende op belangrijke personen, komt vanaf de middeleeuwen in vele landen voor. En dat is bij de ramen in onze kerk zeer nadrukkelijk toegepast.

Bij de ramen in onze kerk is te wijzen op de invloed van ontwerpen uit Engeland. In dat land nl. werd in de 19e eeuw voor het eerst de neogotische traditie opgenomen en kort daarna in Duitsland. Dat werk was niet alleen esthetisch schitterend en gewild, maar was tevens een tegenhanger voor de machinale produktie van goederen, die door de Industriële Revolutie sterk kwam opzetten. Het geleverde produkt was nl. handwerk. Maar dit handwerk, hoewel gewild, was duur. Hieraan kwam de Arts & Crafts Movement tegemoet. Dat was een beweging, waarbinnen zich later verschillende ateliers aaneensloten en samen werkten.

Zij produceerden echte, met de hand gemaakte kunstwerken. De glas-in­-lood kunst was er één van. Zij grepen terug op oude vormen en leverden producten in neo-gotische, neo-barok en neo-renaisancistische stijl. Daardoor werden wapens, dekkleden, enz. toegepast bij het indelen van de ramen, omdat deze in die stijlen voorkwamen. 

Van het atelier van Stalins is met name de schilderachtige stijl kenmerkend voor het latere werk, tussen ca. 1905 en 1910.
Het raam in de n-o-muur is een variant op de Emmaüsgangers, het Laatste Avondmaal en de Voetwassing, waarbij in ons raam de voetwassing centraal is gesteld.
De afbeelding zou dateren tussen 1908 en 1912.
Het raam in de z-o-muur dateert eveneens uit deze tijd, maar verwezen kan worden naar een serie vensters met gelijke thema's en eveneens uit dit atelier, echter ontworpen in 1888. De ramen zijn geplaatst in 1928.
Nu kan de vraag gesteld worden hoe het mogelijk was dat deze ramen konden worden besteld, terwijl de voorstellingen niet meer werden toegepast. Voor het antwoord daarop, moeten we ons in eerste instantie verplaatsen naar de tijd van de 1e W.O. (1914-1918). Antwerpen was gedurende deze oorlog bezet door de Duitsers en moest de productie worden gestaakt. Na afloop van de oorlog liep het atelier stad en land af om deze gestaakte productie weer op gang te krijgen. De neo-gotiek en de neo-renaissance waren echter al zeer sterk op hun retour.

De voorstellingen in de ramen hadden als ontwerp, allang een plaats in een staalboek. Evenals Derix, Nicolas en andere ateliers had Stalins (Janssens) een dergelijk staalboek, waaruit kon worden besteld. Omdat direct na de oorlog het produceren heel belangrijk was, opdat weer verdient kon worden, zijn deze uit de mode geraakte voorstellingen waarschijnlijk goedkoper geleverd en kerken, c.q. opdrachtgevers, hadden daardoor echt een reden om dit soort ramen alsnog aan te kopen. Het raam in de n-o-muur houdt de gedachte levendig aan Jkvr. Henriëtte Brantsen van der Zijp, de laatste bewoonster van huize Rhederhof aan de Arnhemsestraatweg te Rheden.

De tekst, direct onder afbeelding is te vinden in het Bijbelboek Marcus 14, vers 8: "Zij heeft gedaan hetgeen zij konde; zij is voorgekomen om mijn lichaam te zalven ter begrafenis. ".

Vervolgens staat er: "In herinnering aan Jonkvr. Julie Henriëtte Brantsen v.d. Zijp, geboren Zijpendal 14 Sept. 1842, Overl.. Rhederhof 5 Juni 1926".

De wapens, welke zijn afgebeeld, zijn respectievelijk de wapens van Brantsen, van Heeckeren, Mossel en Pabst. Deze zijn vermeld omdat Freule Brantsen een dochter was van D.W.GJ.H. baron Brantsen-van de Zijp, wonende op het huis Zijpendaal te Arnhem, dus haar geboortehuis. Moeder stamde uit het geslacht van de van Heeckerens en droeg de naam J. Ch.J. barones van Heeckeren.

Het raam in de z-o-muur houdt de gedachte levendig aan Jacqueline Sophie gravin van Limburg Stirum, echtgenote van de overleden president­kerkvoogd Carel Marie baron Brantsen van Wielbergen.

Onder de afbeelding is te lezen:

"Gaat dan henen onderwijst al d'volken d'Selve doop'nde in d'n naam des Vaders en des Zoons en des heiligen Geestes leerend' haar onderhoud'n alles wat ik u geboden heb Matt. 28-19".

Tot slot leest men nog: "Ter nagedachtenis van Jacqueline Sophie Gravin van Limburg Stirum Douairière Carel Marie Baron Brantsen van Wielbergen". De afgebeelde wapens zijn linksonder het wapen van Brantsen en het wapen, rechtsonder is van Limburg Stirum. 
J.S. gravin van Limburg Stirum is te Deventer geboren op 2 september 1845. Zij overleed te Angerlo op 26 december 1922. De ramen zijn geschonken door Vivian Brantsen als een eerbetoon aan zijn moeder, gravin van Limburg Stirum en aan zijn tante, Jonkvrouwe Brantsen van der Zijp.  

Op 20 april 1928 schrijft de toenmalige predikant ds. Buinink in het “Mededelingenblad der Ned. Herv. Gem. Rheden”:

"De Nieuwe Ramen.

It Was geen looze belofte, dat vóór Zondag de twee nieuwe gebrandschilderde ramen geplaatst zouden worden! En zoo hebben allen wie l.l. zondag ter kerke waren, ze gezien. Ik acht mezelf niet bevoegd een oordeel over 't al of niet geslaagd zijn van de uitvoering uit te spreken. Kerkramen als deze stellen wel zeer hooge eischen aan de kunstzin van wie ze vervaardigt. Maar ik vind, dat de kunstenaar, die ze ontwierp, zeker iets heel moois heeft bereikt. Ze zullen ons kerkgebouw ongemeen verftaaien, en daarover verheugt ieder zich, die voor z'n kerk voelt."  

En deze laatste zin is zeer van toepassing, zeker nu, na de laatste restauratie van de ramen!

(geschreven door Adriaan Kolkman, 7-10-1996  (18-05-2011)