Het Kerkgebouw

Wanneer wij de aandacht richten op schip en koor van de kerk, dan onderscheiden

We kunnen  drie ingrijpende veranderingen onderscheiden, die voor een groot gedeelte het huidige aanzien hebben bepaald:

  • allereerst de vergroting van het schip, ongeveer 1505,
  • de restauratie door Ir. Jos.Th.J. Cuypers in 1901-1904,
  • de wijzigingen in 1972, die hoofdzakelijk het interieur betroffen.

Wanneer wij rondom de kerk lopen is te zien dat schip en koor verschillende vormen vertonen in de raampartijen. In het koor zijn deze hoog, slank en spits (hoog gothisch) , in het schip daarentegen gedrongen (laat gothisch)  De gewelven in het koor zijn kruisribgewelven en die in het schip met de zijbeuken zijn netgewelven. Men heeft tegen een reeds aanwezig ouder schip uit de XIVe eeuw de noord- en zuidbeuk gebouwd.

Er ontstond toen, wat wij nu noemen het driebeukige schip (een pseudo-basiliek). In een steunbeer aan de zuidzijde, bij het afdakje van de kerkespraak, zit een steen uit het jaar 1505. Dit is de sluitsteen van de verbouwing van het schip.

De restauratie tussen 1901-1904 is vrij ingrijpend geweest. Vlak voor de restauratie was de buitenkant bepleisterd met een laag portlandcement. De ramen hadden gietijzeren harnassen behalve enkele ramen in het koor, welke dichtgemetseld waren. In het onderste gedeelte van de koormuren zaten ramen en een deur, welke laatste toegang gaf tot een afgesloten ruimte in het koor, voorzien van een zoldering waarop een tribune was gemaakt met zitplaatsen. Deze ruimte gebruikte men als catechiseerlokaal en vergaderruimte. Ook was er een paar jaar een breischool in gevestigd, maar die vertrok toen zij de Jkvr. Brantsenschool in 1897 kon betrekken. In de koorruimte is dit nu nog zichtbaar door het ontbreken van het lijstwerk onder de ramen. Het huidige portaal aan de noordzijde is een vervanging van een ingangspartij welke niet paste bij de stijl van het koor. Tegen de westmuur van de zuidbeuk was een aanbouwsel met een lessenaarsdak. Dat was de zuidelijke ingang van de kerk. Aan de noordkant van de toren tegen de zijbeuk bevond zich het brandspuitenhuisje. Arrestanten werden in een ruimte onder de toren opgeborgen.

Tijdens de restauratie werd de portlandlaag verwijderd. Het koor werd in zijn oude vorm hersteld door het verwijderen van de deur en de ramen van het catechiseerlokaal. De dichtgemetselde gotische ramen werden weer geopend. De gietijzeren harnassen werden vervangen door de huidige ramen van zandsteen. De ramen zijn toen tegelijk voorzien van wit en lichtgroen glas. Het glas werd in lood gevat. Bij de noordingang werd een nieuw portaal gebouwd dat onderkelderd werd; de kelder diende als bergplaats voor de brandstof. Toen is tevens het oude aanbouwsel tegen de zuidbeuk vervangen door een ‘kapel’. In tegenstelling met het noordelijk portaal, dat in baksteen werd uitgevoerd, werd dit portaal uitgevoerd in tufsteen. De consistoriekamer werd van lichtramen voorzien, gemaakt uit tufsteen.Ook werd de deur tussen schip en toren vernieuwd.

De restauratie van 1972 heeft het inwendige aanzien totaal veranderd. We moeten zeggen dat het een geslaagde verandering is, die de warme sfeer van het koor weer heeft teruggebracht. Tijdens deze ingreep heeft men de oude muurbogen in het koor weer teruggevonden en hersteld. In de meest oostelijke muur heeft men de dichtgemetselde deuropening van het vroegere catechiseerlokaal terug kunnen vinden en in de noordoost gevel nog een restant van het raam dat daar heeft gezeten. De balk die thans nog zichtbaar is, is een restant van het vroegere raamkozijn. Men is op de gelukkige gedachte gekomen om deze balk te laten zitten als een herinnering aan het andere gebruik van dit koorgedeelte. Eveneens is teruggevonden het sacramentsnisje, dat in de periode toen in het koor een altaar stond, de bergplaats was voor het allerheiligste, de hosties.

De opstelling van de banken, zoals die na 1904 was, werd grondig gewijzigd. Alle vaste banken uit het koor en het middenschip werden verwijderd. De preekstoel stond voor 1972 onder het orgel. Hij is daar waarschijnlijk geplaatst in 1835. Daarvoor stond hij tegen één van de pilaren van de triomfboog. De preekstoel is in 1972 weer bij de triomfboog geplaatst.